Nieuws
kweekzalm

De productie van kweekvis neemt wereldwijd zo sterk toe dat vis kip en varken heeft verdrongen als grootste leverancier van dierlijk eiwit. Dit zegt professor Johan Verreth bij zijn afscheid als hoogleraar Aquacultuur en visserij aan Wageningen University.

“Visserij op zee blijft belangrijk in de toekomst. Het levert een bijna biologisch visproduct: zonder gebruik van voedingsstoffen, antibiotica, zoet water of land”, stelt Verreth. Dit terwijl kweekvis wél gebruik maakt van al deze hulpbronnen.

De zeevisserij heeft echter al twintig jaar geleden haar plafond bereikt met 90 miljoen ton vis per jaar. Dat is lang niet genoeg om de groeiende wereldbevolking te kunnen voeden. “De honderd miljoen ton die straks extra nodig is zal uit kweekvijvers komen”, concludeert Verreth.

Aquacultuur

De visproductie via aquacultuur neemt wereldwijd sterk toe. In 2015 was deze met circa 70 miljoen ton vergelijkbaar met de opbrengst uit de visserij, maar al hoger dan de rundvleesproductie. “Het zou me niets verbazen als over afzienbare tijd de viskweekproductie die van de populaire kip (90 miljoen ton) en het varken (100 miljoen ton) overstijgt. Van de hoeveelheid vis die we jaarlijks consumeren komt ongeveer de helft uit kweek. Daarmee is vis de grootste leverancier van dierlijk eiwit”, zegt Verreth.

Visconsumptie stijgt

Sinds de jaren zeventig is de visconsumptie per hoofd van de bevolking verdubbeld tot ruim 20 kilo per persoon per jaar. In het westen zal de consumptie de komende jaren nog maar licht stijgen. In Azië en Afrika ligt dat anders. Daar zal de visconsumptie tot 2022 volgens Verreth met tientallen procenten stijgen. Dit vraagt om een verdubbeling van de productie van kweekvis met nog eens honderd miljoen ton.

Liever geen plofvis

Op de vraag of dat realistisch is, zegt Verreth: “Yes, we can!” Er zullen dan wel investeringen nodig zijn voor innovaties. “Dan moet je denken aan het fokken van vis, dat nu nog nauwelijks gebeurt. Tegelijk wil je geen ‘plofvis’, maar een gezond dier dat effectief omgaat met visvoer. Dat voer moet geen vismeel zijn, maar van plantaardige origine.”

Eiwitefficiëntie

Als voorbeeld voor verbetering noemt Verreth de conversie-efficiëntie van voereiwit naar eetbaar eiwit uit vlees of vis. Bij zalm bedraagt die volgens zijn berekeningen 34 procent, hoger dan wat de literatuur vermeldt voor kip; bij tilapia ligt de efficiëntie op 13 à 22 procent, afhankelijk van welke delen er, veelal cultureel bepaald, gegeten worden van de vis.

Nutritious pond

Een voorbeeld van een innovatie om de eiwitefficiëntie te verhogen is het zogeheten Nutritious Pond-concept. Hierbij wordt het afval dat de vis in de vijver produceert hergebruikt voor de productie van visvoer. Een Nutritious Pond lijkt ook de weerbaarheid van de vis en zo de ziekteresistentie te bevorderen, aldus professor Verreth

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *