Nieuws
Mosselen

Uit onderzoek van Wageningen Marine Research blijkt dat de mosselbanken op droogvallende platen in de Waddenzee in het voorjaar van 2017 zijn verdubbeld ten opzichte van 2016. De oorzaak ligt in de omvangrijke broedval in de zomer van 2016 en doordat de nieuw gevormde banken hun eerste winter goed hebben doorstaan. Wageningen Marine Research brengt jaarlijks de mossel- en de oesterbestanden in de Nederlandse kustwateren in kaart. Het onderzoek wordt uitgevoerd voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Sinds begin jaren ’90 monitort Wageningen Marine Research jaarlijks de mosselbanken. Door een combinatie van mosselvisserij en het uitblijven van nieuwe broedval bereikte het aantal mosselbanken een dieptepunt. In 2002 begon het herstel met een ingemeten oppervlak van 3.003 hectare op de droogvallende platen. In de daaropvolgende periode bleef het totale oppervlak, na enkele jaren met oppervlakken tussen de 2.000 en 3.000 ha, schommelen tussen de 1.500 en 2.000 hectare. Deze oppervlakten concentreerden zich met name in het oostelijke deel. In 2017 werd maar liefst 3.993 hectares aan mosselbanken ingemeten. Hiervan bevond zich 43% in de westelijke Waddenzee.

In de delen van de Waddenzee die permanent onder water staan worden mosselbanken vooral in de westelijke Waddenzee aangetroffen en zelden in het oostelijke deel. Ook hier ontstonden in de zomer van 2016 veel nieuwe mosselbanken. Alleen doorstonden deze de winterstormen minder goed en hadden te lijden onder de vraat door zeesterren. Hierdoor verdween een groot deel van deze mosselbanken.

De onderzoekers weten niet waarom 2016 zo’n succesvol jaar was voor schelpdieren zoals de mossel. Onderzoeker Karin Troost van Wageningen Marine Research: “Oorzaken voor populatieschommelingen onder schelpdieren zijn moeilijk te duiden doordat het vaak om een combinatie van factoren gaat.”

Deel dit artikel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *